Omdat Alkmaar’54 en FC Zaanstreek in 1967 gezamenlijk meer toekomst zagen in het betaalde voetbal, fuseerden de twee profclubs dat jaar tot AZ’67. In de beginjaren contracteerde de club veel buitenlandse spelers, maar dat leidde tot een grote schuldenlast. In 1972 zorgden de broers Klaas en Cees Molenaar voor de redding. De miljonairs speelden ooit zelf voor KFC (voorloper van FC Zaanstreek) en hadden in korte tijd een florerend bedrijf in huishoudelijke artikelen uit de grond gestampt, Wastora. Ze wilden maar ding: met AZ’67 naar de top.
De financiële injecties van de Molenaars waren de aanzet tot een succesvolle periode, die eind jaren zeventig definitief gestalte kreeg. Daarvoor waren de spelers binnengedruppeld die AZ op de kaart zouden zetten. Kees Kist en Kristen Nygaard als eersten in respectievelijk 1972 en 1973, in de jaren daarop kwamen onder anderen Ronald Spelbos, Hugo Hovenkamp, Peter Arntz, Johnny Metgod, Jan Peters, Pier Tol, Eddy Treijtel, Bert van Marwijk, Willem van Hanegem en de Oostenrijkse spits Kurt Welzl. George Kessler was trainer en smeedde wellicht een van de beste clubelftallen uit de geschiedenis van het betaalde voetbal.
Na de bekerwinst van 1978 veroverde AZ in 1981 de dubbel en een jaar later opnieuw de KNVB-beker. Het seizoen 1980/81 was toch al het meest succesvolle. Nadat AZ in de jaargang 1977/78 Europees had gedebuteerd en in de tweede ronde van het UEFA Cup-toernooi was uitgeschakeld (na penalty's) door Barcelona, bereikte de club in 1981 de finale. Red Boys Differdange (Luxemburg), Levski Sofia (Bulgarije), Radnicki Nis (Joegoslavie), Lokeren (Belgie) en Sochaux (Frankrijk) konden AZ niet stuiten, maar in de eindstrijd was het Ipswich Town van Frans Thijssen, Arnold Muhren en manager Bobby Robson te sterk. In Engeland verloor AZ met 3-0, zodat de 4-2 zege in het Olympisch Stadion (de Alkmaarderhout was te klein bevonden) niet genoeg was. Een jaar eerder in de eerste ronde van het EC II-toernooi had Ipswich ook al gewonnen.
AZ zou op Europees niveau nog twee keer tot de tweede ronde reiken, maar in 1982 verloor het van Liverpool (EC I, 2-2 en 2-3) en een seizoen later stootte Internazionale de Alkmaarders uit de strijd om de EC II (1-0, 0-2).
Daarna kwamen de magere jaren. Cees Molenaar overleed in 1979 en zes jaar later trok ook Klaas (hij stierf in 1996) zich terug. Het eens zo succesvolle AZ (het oprichtingsjaar werd in 1986 uit de naam geschrapt) hobbelde anoniem mee in de eredivisie en de degradatie (in 1988) was onvermijdelijk. Ook in de eerste divisie speelde de club geen voorname rol, totdat zakenman Dirk Scheringa voorzitter werd. AZ werd in 1996 kampioen, degradeerde een jaar later, maar keerde het seizoen daarop weer terug onder leiding van Willemvan Hanegem.
Vanaf het jaar 2002 zat de Alkmaarse club weer in de lift. De welbespraakte Co Adriaanse kwam in november 2002 naar AZ, nadat Henk van Stee de club had verlaten. De Amsterdammer had zijn ontslag bij Ajax verwerkt en vertelde tijdens zijn eerste persconferentie dat de doelstelling was om met AZ Europees voetbal te halen. Adriaanse kwam zijn belofte na, want hij smeedde een hecht collectief dat hoge ogen gooide in de eredivisie. In het voorjaar van 2004 werd door een 7-0 zege op RKC Waalwijk na 22 jaar Europees voetbal veiliggesteld. Een seizoen later reikte AZ tot de halve finale in de UEFA Cup en behaalde een fantastische derde plaats in competitieverband. Adriaanse werd onder meer gekenmerkt door het introduceren van termen als ‘scorebordjournalistiek’, ‘woonerfvoetbal’ en ‘kaaskijkers’, wat hij later omboog in ‘kaaskanjers’.
Co Adriaanse vertrok in de zomer van 2005 naar de Portugese topclub FC Porto. Louis van Gaal, onder andere voormalig trainer van Ajax, FC Barcelona en het Nederlands elftal. In dit jaar werd ook het hoogste punt van het nieuwe DSB Stadion bereikt, waardoor de club eindelijk de mogelijkheden kreeg om door te ontwikkelen. In het seizoen 2006/2007 zal AZ het nieuwe onderkomen aan de rand van Alkmaar betrekken.